Blog

Hier vind je een overzicht van onze blogs. Klik op een foto of op een titel om verder te lezen.
Laat je ook even een reactie achter? Dit kan onder aan het blog. Veel leesplezier!

De Surinaamse rivier op

De blauwe oceaan wordt steeds bruiner. We zijn er bijna! Dat wil zeggen, we zijn bijna bij de uiterton. Deze boei geeft de grens van de Atlantische Oceaan en de ingang van de Surinaamse rivier aan. Voorbij de uiterton vaar je door een smalle, ondiepe geul. Concentratie. Voorbij deze geul moeten we het anker uitgooien om bij daglicht en gunstige stroming de route op de Surinaamse rivier te vervolgen, zo´n 7 uur varen. Maar eerst deze mijlpaal: We hebben gewoon de gróte Atlántische Oceáán overgestoken! ´Ik zet de champagne alvast koud´, juich ik. Niels start de motor, de zeilen kunnen bijna naar beneden. Pruttel, pruttel, pruttel… De motor valt uit en start niet meer.

0 comments

Dagboek: Dé Atlantische oversteek

‘Haal de stormfok!’, roept Niels. Ik duik de achterkajuit in, maar nog voordat ik terug ben is het al gebeurd. Het voorzeil is aan flarden gescheurd. Door een vlaag van 42 knopen, oftewel windkracht 9, sloeg de genua hard terug naar bak. De nekslag voor onze bejaarde lapjesdoek. ‘Nog maar 1.885 van de 1.900 zeemijlen te gaan…’, grap ik sarcastisch, nadat we in rustiger vaarwater terecht zijn gekomen. Na wat koudwatervrees, vanwege de aanhoudende valwinden tussen de Kaapverdische eilanden in, zijn we een paar dagen later dan verwacht vertrokken voor de grote Atlantische oversteek. Ons dagboek van Kaapverdië naar Suriname: 16 dagen op open zee.

33 comments

De grote oversteek voor de boeg

´ Dit is waanzin ´ , toeteren we via onze snorkels naar elkaar. Uitgeput hangen we aan de lijn langs de boeg van het schip. Het waait 25 knopen en er staan zelfs schuimkoppen in de baai. Black Moon slingert van links naar rechts. Al een aantal nachten ligt ze aan het anker te snukken met gebroken nachten als gevolg. Maar het onderwaterschip ziet net zo groen als Santo Antão en dat betekent minder snelheid tijdens de grote oversteek. Santo Antão was werkelijk fantastisch. Nóg mooier dan verwacht. Alleen mijn eigen conditie viel een beetje tegen. Onder het motto “straks zitten we drie weken op zee” heeft me op de been gehouden. De laatste dagen voor De Grote Atlantische Oversteek zijn nu aangebroken! 

No stress, Boas Festas

´Eigenlijk spelen we wel vals zo´, buig ik mee. ´En toch wil ik er heel graag heen…´. Als laatste troef verpak ik het als mijn verjaardag wens. Het duurt uiteindelijk een paar dagen voordat Niels overstag gaat. Je boot achterlaten is toch wel een ding. Dat doen we allebei niet graag, zeker niet achter het anker en al helemaal niet in Afrika. Maar hier op Mindelo zijn meerdere cruisers die we al kennen en dus ook een oogje in het zeil kunnen houden. En juist op de ochtend dat ik wil gaan boeken… Niels trommelt me uit bed: ´Er staat iets van 50 liter water in het motorruim!´. We gaan hozen. ´Zo laat ik de boot dus echt niet achter!´. De klussenlijst voor de grote oversteek wordt langer. Hoezo, no stress op Cabo Verde? Gelukkig bieden de feestdagen een fijne afleiding. En hoe…

Stof happen op Sal

´Kom snel, ik ruik brand!´. Niels komt naar buiten. Binnen is alles oké. ´Zou het land zijn dan?´ Jawel, het is Afrika! Het is dag zes en we halen het nét niet om voor het donker aan te komen. Met nog enkel een zakdoekje op loopt Black Moon ´s ochtends bij daglicht aan op dit voor ons onbekende ankerbaai, eiland en eigenlijk het gehele continent. De geur is moeilijk te beschrijven; een mengeling van verbrand land en iets kruidigs. Nootmuskaat ofzo. In eerste instantie ruikt het zoetig, dan na drie keer diep inademen word ik er toch een beetje misselijk van. Hoe dan ook, het is zó bijzonder om na een week ziltige oceaan echt land te ruiken! Loom worden we het laatste etmaal vanzelf in de armen van mama Afrika gedreven. Daarna gaat niets meer vanzelf. We delen onze 6 meest opmerkelijke missies.

Langs de Afrikaanse kust

Het vertrek naar Afrika komt dichterbij. En daarmee dienen ook de last-minute klussen zich aan. Een van de belangrijkste – zo dachten wij – is het behalen van een negatieve PCR-test en het uitklaren uit Europa. Normaal gesproken concentreren we ons vooral op het controleren van het tuig (zeilen, verstagingen en lijnen), de motor, het proviand, de route en het weervenster voor de komende dagen. Nu komen daar deze extra dimensies bij. Dat voelt gek. Op zaterdag 5 december lijken we er klaar voor te zijn. En zo niet, dan toch. Want de Covid-maatregel vertelt ons dat we binnen 72 uur moeten vertrekken…  

De Pakjesboot

Las Palmas, Gran Canaria, de grootste stad van de Canarische eilanden. En vooral de plek waar alles verkrijgbaar is; waar de Sint zijn inkopen doet; waar cruisers zich voorbereiden op de grote Atlantische oversteek; waar vluchtelingen in tegengestelde richting stranden. Het is de plek voor allerlei gelukzoekers. Begin december gaan we naar de Kaapverdische eilanden (lees: Afrika), eind december/januari Suriname (lees: economisch onstabiel) en daarna naar de Caraïben (lees: duur). De eerste etappe is een week varen en de grote Atlantische oversteek nog eens drie weken. Black Moon wordt dus een heus pakjesboot.

Landen op Mars

Het najaarszonnetje komt op vanachter Lanzarote. Het kale, roodbruine landschap doet ons eerder aan Mars denken dan aan een tropisch eilandje. Black Moon is gepekeld en zelf hebben we ook wel zin in een douche en een goede maaltijd. Onze voorbereiding op vertrek kenmerkte zich met een paar beginnersfouten. De avond ervoor was het namelijk iets té gezellig. Na een hele dag sjouwen om van een woonboot weer een zeilboot te maken, vertrokken we dan einde middag vermoeid en hongerig. Pas toen het zeil goed stond, was het eindelijk tijd voor een goed maaltje. Niels’ favoriet: gebraden kip. Als twee hongerige wolven aten we de kippenpootjes zo uit onze vuistjes. Vervolgens dook Niels te kooi en even later ik over de reling. ‘Smakelijk eten visjes’. Dan maar droge rijstwafels. Enige troost: over drie dagen zitten we weer aan de tapas!

Once in a Blue Moon

Met een katertje verlaten we Porto Santo en daarmee ook Portugal. We zetten koers op de Canarische eilanden; een zeiltocht van zo’n drie dagen. Dit keer geen uitgebreid zeilverslag, eerder een ziel-verslag. Want wat bezielt ons dat we deze reis maken? Voor ons is dit namelijk geen sabbatical. We zijn niet zomaar tot de keuze gekomen om een wereldreis voor onbepaalde tijd te maken. Daar is een jarenlang proces aan vooraf gegaan. En terwijl ik tijdens mijn nachtwacht vier uur lang naar een bijzondere volle maan staar, kom ik tot nieuwe inzichten. Een soort vastberadenheid dat het tijd is om dit proces te delen. En dat vind ik enger dan een storm, want ten grondslag ligt mijn grootste schaamte.

Porto Santo, Heilige Haven

‘Hmm, we hebben dus één dag om het eiland te verkennen?’, vraag ik licht gepikeerd. Niels bevestigt het slechte weerbericht en doet er nog een schepje bovenop: ‘En vóórdat we aan land gaan, fixen we eerst de genua’. Het is letterlijk stilte voor de storm en die gelegenheid moet worden benut. Niels hijst me in de mast en rolt het voorzeil uit terwijl ik in het tuigje aan de val bungel. Kijkend over het tropisch eilandje waan ik mezelf even als Jane aan een liaan. Met mijn voeten duw ik mezelf van de mast en slinger naar de voorstag. Een losgeraakt stuk tape had zich rondom het profiel vastgeplakt. ‘Hebbes, probeer het zeil maar te zakken’, roep ik naar beneden. Samen plakken we opnieuw de scheur – dit keer naaien we het wel rondom – zeil terug in het profiel, hijsen, hijsen, hijsen, inrollen en klaar. Dan kunnen we nu echt aan land! 

De Melkweg naar Madeira

‘Ahoi, land in zicht!!! Nog een klein uurtje varen en dan kunnen we het anker laten zakken aan het eiland Porto Santo. En slapen! De laatste etappe was zwaar en paste geheel bij de reputatie van deze oversteek. Een uitgebreide update volgt…’. Hierna schakelen we de satelliettelefoon af, waarmee we het thuisfront de afgelopen vier dagen op de hoogte stelden. We maken Black Moon klaar voor haar landing aan dit vulkanische – en tropische eiland. ‘Ik ruik de Pina Colada al!’, grap ik in mezelf vanwege een bijzonder voorval tijdens de oversteek.

Balanceren in Algarve

‘Dit gaan we echt tegen niemand zeggen’, Niels kijkt serieus op vanuit het logboek. Ook ik vind het frustrerend, maar ik probeer me er niet voor te schamen. Bovendien denk ik dat het ook wel meevalt. Net zoiets dat je vindt dat het de héle dag regent, terwijl de zon toch meer schijnt. Het is maar waar je op let. ‘Hoe zouden onze mede-cruisers het ervaren dan?’, probeer ik eerst. Er wordt vooralsnog niet over gerept. Don’t ask, don’t tell. ‘Wacht, laten we het eerst eens goed uitrekenen’, opper ik. 

Boa Lisboa

Een nieuwe mijlpaal ligt voor ons: Lissabon! Al sinds het vertrekplan wacht familie ons op bij dé brug. Ik heb bijzondere herinneringen aan deze bestemming. In mijn kindertijd zijn we er twee keer bij mijn oom op bezoek geweest. Dat waren de leukste vakanties met het hele gezin en vooral met mijn oom als local beleefden we er heel wat avonturen. Om na zoveel jaren zeilend terug te keren maakt deze mijlpaal extra bijzonder. Het worden twee weken van herinneringen ophalen en ook vooral van nieuwe maken…

De Portugese Noord

‘Kijk, daar in de verte kun je Portugal al zien liggen’. Niels wijst in het panoramabeeld vanaf de top van Cies: een eilandengroep als voorportaal van Ria Vigo. Onze laatste Ria in Spanje alweer. Sinds ons eilandenberaad op het vorige eiland Ons staat de vakantiemodus eventjes op 100%. Toch is het tijd om een vervolgplannetje te maken: na zes dagen aan-een-onbewoond-eiland brengen we een praktisch bezoekje aan de grote stad Vigo, vervolgens verblijven we een paar dagen in het middeleeuws stadje Baiona. Dit is de laatste haven in Galicië, tevens de plaats waar Columbus aanmeerde nadat hij Amerika ontdekt had als zijnde “de nieuwe wereld”. Zelf blijven we bescheiden in onze reisdoel als we ons voorbereiden op een nieuw land: Portugal!

Einde van de wereld

Met de Orca-encounter nog vers in ons geheugen bezoeken we de twee stadjes in Ria Camariñas. We moeten de aankomende storm ruimschoots laten passeren, voordat we koers op kaap Finisterre zetten, oftewel het ‘einde van de wereld’. Wellicht ten overvloede, maar ik verzin deze namen niet zelf hè! Het wordt echt allemaal zo dramatisch benoemd, uiteraard ontstaan vanuit vreselijke gebeurtenissen en/of onwetendheid. Het bezorgt ons wel een gezonde dosis alertheid en nieuwsgierigheid wat er aan – en hopelijk voorbij – het einde te zien zal zijn…

Costa del Morte

Klop, klop. ‘Policía!’. Een agent naast Black Moon rukt ons uit onze siësta. Vanaf het zijsteigertje vergelijkt hij onze paspoorten met het papiertje op zijn klapper. Bij aankomst in La Coruña werden we door de havenmeester proactief geïnformeerd omtrent de huidige corona-situatie in deze Spaanse Old Town. ‘Momenteel zijn er 400 cases en iedereen moet in het openbaar een mondkapje dragen’, lichtte ze Niels in. Een paar dagen later vertelt onze Nederlandse buurvrouw – met een Spaanse schoonzoon – dat het inmiddels oploopt naar 700 en dat de stad mogelijk komende week weer in lock-down gaat met het beleid: niemand erin noch eruit. Niels en ik kijken elkaar aan; tijd om te gaan! Echter, juist komende week wordt er onweer voorspeld langs dé Costa del Morte…  

Vamos a España

“TOEoeoeoet…”, klinkt het ver buiten de haven. Vrijdag om 05.30 steekt Niels zijn slaperige hoofd naar buiten. “Zie je wel, het zijn misthoorns die ik steeds hoor!” Daar gaat onze perfecte weervenster om naar Spanje over te steken. De laptop wordt weer aangezwengeld om een vers weerkaartje binnen te halen. Mist wordt niet vermeld in dit soort voorspellingen. De wind is het belangrijkst en dat ziet er nog steeds goed uit voor de komende vijf dagen. Bovendien kunnen we de schepen op ons ais-scherm zien. Gemakshalve vergeten we dat vissersboten niet altijd hun positie uitzenden. Maar we zijn het ‘dreadfull weather’ in Engeland beu; we willen naar de Spaanse sol. En wel nu. Vamos!

Dol-fijne passage naar Falmouth

Het is mijn beurt om de wacht te houden tot 03.00 uur. We moeten nog zeker 15 uur varen voordat we Falmouth bereiken. Niels brieft me waar we zijn – de navigatie toont dat Black Moon ter hoogte van Lyme Bay vaart – en overhandigt me zijn notities van de afgelopen 3 uur. Tot slot instrueert hij nog een belangrijke noot: “Ik heb mijn leesboek niet open gehad. Er zijn veel vissers zonder gps en ik heb behoorlijk wat kreeftenpotjes moeten ontwijken, dus let goed op de gele boeien…”. En verdwijnt vervolgens in het slingerbedje. Ik laat mijn ogen wennen aan de duistere nacht op zoek naar boeien en vissersboten. De maneschijn dient daarbij als zoeklicht… 

Ongewenste souvenir uit Chichester

We verlaten Newhaven in de vroege ochtend om de etappe naar Isle of Wight te vervolgen: het deel van de Zuid-Engelse kust waar we vorig jaar zo graag heen wilden, maar die we nét niet wisten te bereiken wegens tijdgebrek. Of beter gezegd, we hadden niet het juiste weervenster binnen onze drie weken vakantie. Dit keer zijn we er al binnen drie dagen! We zeilen de Solent op en de keuze aan havens is reuze. De eerste poging is meteen raak: de Haslar Marina in Portsmouth, een chique haven en beroemde plek voor zeezeilers. Met open mond varen we langs een rits aan schepen van de Clipper around the world race, welke dit jaar halverwege de race afgebroken is. Portsmouth vertelt ook een rijke geschiedenis; te merken aan de gepensioneerde verdedigingswerken, een oud lichtschip als clubhuis, de Lord Nelson’s HMS Victory en een onderzeeboot als museum. Helaas kunnen we nog niet de toerist uithangen, want bij aankomst blijkt de staat van onze eigen boot belangrijker. Er is een belangrijk onderdeel kapot en dat moet gefikst. En later die week worden we zelfs tot twee keer toe geramd!

De oversteek naar Engeland

Na de uitwuif varen we de Oosterschelde af. Aan het einde ervan ligt de Roompotsluis, waar we vroeg in de ochtend door heen schutten: de Noordzee op. Vlak naast de sluis ligt een vissershaventje dat als startlijn dient. We kunnen het niet laten om het koffertje met post te openen en lezen een paar kaarten en brieven. Zo leuk! Ongeduldig als twee blije kinderen kijken we verheerlijkt naar de overige pakketten; we spreken af dat we in het vervolg bij iedere bestemming één enveloppe openen. Dan doen we er lekker lang mee. We zijn namelijk ook ongeduldig om uit te varen, dus duiken na het kopje thee lekker te kooi. Morgen start een spannende en intensieve zeiltocht naar Engeland…

De uitwuif!

“Ben jij zenuwachtig?”, bevragen we elkaar. We weten het niet precies, het voelt gewoon raar. Sinds dit jaar verkeert heel Nederland – de hele wereld – in een status van onzekerheid en soms zelfs isolatie. Wij doen daar nog een schepje bovenop door precies die kenmerken te aanvaarden op het moment dat we de trossen losgooien en aan onze wereldreis beginnen. Maar toch is dat anders. Dat is namelijk onze keuze. En we krijgen er (hopelijk) veel moois voor terug. We voelen ons meer zenuwachtig voor het ‘afscheidsmoment’ dan het daadwerkelijk vertrek; om de zee op te gaan en om nieuwe plekken te ontdekken. Zondag 19 juli 2020 is het dan zover: De uitwuif! 

Halve Maan

“Herinner je je deze plek nog?”, vraagt Niels terwijl we samen een biertje in de kuip drinken. Ik grinnik om de retorische vraag, want deze aanmeerlocatie aan de Brouwersdam bezoeken we al elf zomers op een rij. “Nee, ik bedoel precies deze plek waar nu Black Moon ligt, maar dan tien jaar geleden”. Ah ja, ons eerste bootje. Het bootje dat ook mij aangestoken heeft met het zeilvirus. Nooit verwacht dat we mede dankzij dat bootje na elf jaar later zo gegroeid zijn dat we nu zeilend op wereldreis gaan. En zowel de aankoop als de verkoop waren beide even bijzonder…

Schoon schip maken

Het Grevelingenmeer is getransformeerd in een alles verwoestende kolkende watermassa. De wind giert door het want. Het doet Black Moon beven en jengelen; een weerkaatsing van de vele lijnen en kabels aan dek waar ik normaal van hou. Maar nu irriteert het me, het maakt me boos. Ik voel me ziek. Niet zeeziek, want we liggen veilig in een haven. Ik voel me ziek door alle emoties die door elkaar worden gehusseld. Het echte vertrek nadert en enkele laatste contactmomenten vallen mij plots zwaarder dan vooraf gedacht.

Zee(land)zwervers

We hebben vol tuig staan en hoppen van het ene eilandje naar het andere. Een tegemoetkomend zeiljacht nadert ons op de motor en lijkt niet uit te wijken. “Hmm, heb je dat schip in het vizier?”, vraag ik voor de zekerheid aan Niels. Door ons voorzeil wordt namelijk zijn zicht vanachter het roer belemmerd. “Ahoi, BZ’ers!”, horen we vanaf ruim 1,5 bootlengte. Niels en ik kijken elkaar vragend aan. BZ’ers? De schipper verklaart dat hij ons online volgt en we in Zeeland al heuse Bekende Zeilers aan het worden zijn. Na een gezellig praatje vervolgt hij zijn koers, waarna we een beetje verlegen op een wel heel bijzondere plek aanstranden…

Midzomer

Vandaag is het nieuwe maan. Én er is een zonnewende gaande; het punt waarop de zon ten opzichte van de aarde de meest zuidelijke en noordelijke positie heeft bereikt. Oftewel, het is de langste dag van het jaar. De zon doet zijn best en de weergoden beloven ons een herhaalrecept van de afgelopen weken. We genieten enorm van ons nieuwe cruiser bestaan. De tijd gaat als een raket, want de nieuwe maan dient zich dus alwéér aan. Met deze hadden we graag willen vertrekken, maar er is een bekend gezegde onder zeilers: “The plans of sailors are written in the sand at low tide”. We noteren dus een nieuw vertrekdatum in het zand…  

Zout, Zouter, Zoutst

Ik steek mijn neus buiten boord en haal diep adem. “Ik ruik het”, roep ik enthousiast. Het zout suist onder de boeg door. Nog één sluis te gaan en dan zijn we weer op het Grevelingenmeer. Het meer dat nog zouter is dan de zee. Het is een prachtig natuurgebied om lekker te zeilen en eilandjes te hoppen. En als de eilandjes vol liggen of als je behoefte aan volledige rust hebt, dan is er altijd wel een mooi ankerplekje te vinden. Kortom, de Grevelingen wordt onze verblijfplaats voor de komende zes weken. Het duurt precies een etmaal om hier te komen. De uren vliegen voorbij door alle hindernissen van bruggen en sluizen, maar ook door het ophalen van bijzondere herinneringen.

Treasures

Niels kijkt vanaf een afstandje kritisch naar de romp van Black Moon. “We raken de waterlijn al bijna”, zegt hij met lichte bezorgdheid. We kunnen het gewicht nog iets beter verdelen, maar er ligt ook al gewoon heel veel aan boord. Hoewel we al zóveel spullen hebben weggedaan. En ja, heel eerlijk, er zijn ook heel veel andere spullen voor in de plaats gekomen. Wel allemaal praktisch van aard, wat een extra eliminatie dus erg moeilijk maakt. Er wordt een nieuw beleid ingevoerd: iets nieuws aan boord, betekent iets anders “overboord”. Nog een paar dagen stouwen en dan gaan we weer richting het zout! One man’s trash is another man’s treasure…

Wonen op de maan

“Wonen jullie al op de maan?”, appt een zeilvriend ons. “Haha leuke, die ga ik gebruiken”, app ik terug en leg onze situatie verder aan hem uit. We wonen nu part-time op Black Moon; of stiekem toch nog meer misschien. De havenmeester heeft ons netjes geïnformeerd dat je hier niet permanent mag wonen. “Maar ach, deze haven staat amper geregistreerd”, mompelde hij erachteraan. Grinnikend trekken we ons plan. We verblijven binnen zijn goedkeuren op de boot en pendelen doordeweeks naar het familiehuis voor een onbeperkte douche en internet. Nog een paar weken en dan zijn we werkloos. Of nou ja, werkloos. Het werk waar we betaald voor krijgen dan. We hebben nog een leuk lijstje aan bootklussen om af te vinken.

Safe haven

Sinds twee weken ligt Black Moon weer op het zout. We hebben een zwerversplek toegewezen gekregen; eentje die niemand wil, omdat je er zonder beschutting ligt. “Maar dan heb je wél de mooiste zonsondergang, heej”, motiveert de havenmeester. We zijn allang blij dat we een maandtarief kunnen afspreken, want we vertrekken op reis zodra dat kan. Of wellicht nog eerder dan gedacht… 

Uit winterslaap?

Met een plons komt Black Moon weer uit haar winterslaap. En wat ziet ze er uitgerust uit. De verse zwarte lak glimt als een spiegel en de restjes schuurstof waaien van het dek. Eindelijk is ze weer buiten. Eindelijk ligt ze weer in het water. Eindelijk kunnen we ook weer zeilen naast klussen. Eindelijk is de kluswinter voorbij.

De horizon op slot

Stel je eens voor. Je droomt jarenlang van een wereldreis, al zeilend de oneindige horizon tegemoet. Je neemt het besluit om je huidige leven aan land af te breken om tegelijkertijd een nieuw leven aan boord op te bouwen. En op het moment dat je bijna klaar voor vertrek bent, gaat voor het eerst in de recente geschiedenis de horizon op slot.   Februari 2020 – vóór de pandemie “Werk ze lief! Vanavond weer gelijk door naar de werf?” Een retorische vraag, waarna we onze eigen weg richting kantoor gaan. Nog een paar maanden hard doorwerken en dan is het moment daar: het vertrek. De tijd gaat rap, de lijst is nog lang en de werkdagen blijken kort. Sinds afgelopen najaar hebben we allebei twee fulltime jobs. Onder de romp staat een kratje met noedels en mueslirepen; de doordeweekse avondmaal. Met de schuurmachine in de hand heb je voldoende schuurstof tot nadenken…

Ik vertrek, wij vertrekken, …

Ik vertrek, wij vertrekken, wij zijn vertrokken Een persoonlijk blog na afloop van de Vertrekkersdag op 9 november 2019 in Eemnes “Ooit gaan we op wereldreis. Zeilend. Vóór onze veertigste.” Dit beloofden wij elkaar vijf jaar geleden op dertigjarige leeftijd, nadat we met ons 22 voets scheepje van Brabant naar België waren gezeild. Waar het in de eerste jaren nog vooral bij dromen bleef, maakten we bewust en onbewust steeds meer keuzes die deze ambitieuze droom realistischer maakte. Op het moment dat Zeilen mei 2018 op de mat viel en de cover schreeuwde “De wereld rond met 50.000 euro. Zo doe je dat!” realiseerden Niels en ik dat het stipje op de horizon minder onbereikbaar was dan we dachten.