“Sorry lieverd, ik voel me met de minuut slechter worden”. De eerste nacht van vier is zojuist aangebroken. Black Moon dobbert ergens tussen Samoa en Tonga in. Omkeren heeft geen nut meer. Terwijl ik minstens twee etmalen met griep in het vooronder lig, zeilt Niels solo. Alleen bij het grootzeil reven steek ik even mijn snotterige neus naar buiten. “Ka- ik iets doe-?” vraag ik nasaal. Niels staat fier bij de mast om het eerste rif te zetten. Zwalkend op mijn benen trek ik wat aan het achterlijk om het grootzeil te helpen plooien. Hij heeft het eigenlijk al onder controle, dus ik kruip weer onder de “wol”. Het is een rare gewaarwording om in de tropen griep te hebben. Voordat de laatste nacht valt, voel ik me al iets beter en besluit een wachtje te proberen. Ik word beloond met een zonovergoten kalme zee. Wanneer Tonga in het ochtendgloren wordt onthuld, voel ik me ineens stukken beter.

Het lijkt wel vloeibaar goud waar we in varen

Samoa en Tonga zijn totaal verschillende eilanden. Zo heeft Samoa hoge bergen met watervallen en is “dankzij” de Chinese visserij zelfs industrieel te noemen. De locals zijn er ontzettend aardig en naar onze ervaring de meest gelukkige mensen van heel Polynesië. Tonga daarentegen is platter qua landschap, met actieve vulkanen, en de mensen maken een wat norse indruk. Trotser is wellicht een positievere benaming, want Tonga is het laatste koninkrijk van Polynesië. In tegenstelling tot de andere eilandengroepen in de Stille Oceaan zijn zij altijd vrij van kolonisatie gebleven en dus tot op de dag van vandaag onafhankelijk.

Black Moon op Samoa: in de baai tussen het dorpje met kerk en gemeentehuis (links) en de Chinese vissers in (rechts)

Hoge verwachtingen
Onze verwachting van Tonga was hoog. En ja, daar gaat het vaak al mis. Zo keek Niels voorafgaand aan de reis het meest uit naar drie specifieke bestemmingen: Suriname, San Blas en Tonga. Dit in volgorde van aankomst, want hij fantaseerde zelfs gekscherend als “Plan A: Wereldomzeiling” niet lukt over te gaan op “Plan B: Een bar op Tonga openen”. Om uiteenlopende redenen bleken dit toch niet onze droombestemmingen te zijn. Dat klinkt heel verwend, en dat zijn we ook, want natuurlijk zijn dit geweldige locaties. Na drie jaar reizen weten we inmiddels steeds beter en sneller waar we ons ergens welkom, veilig en comfortabel voelen voor een optimaal verblijf.

Klant is koning
Wanneer we tussen het vulkanische landschap naar binnen zeilen, al slalommend om grote brokken lava gesteente heen, is onze eerste indruk van Tonga zeker positief. Vorig jaar dreigde er nog een vulkaan uit te barsten, waar ik een nieuwsartikel voor Zeilen over schreef. Dat maakt het decor waar we in varen nog net wat spectaculairder. Het is een klein uurtje varen naar het dorpje Heirifa, waar we ons in moeten klaren. Tijdens het motortochtje genieten we van de verlegen zon, terwijl we een kannetje water opofferen om het dek en ons zelf te ontzouten. Zo kunnen we de autoriteiten netjes aan boord ontvangen. Inmiddels kennen we het ritueel wel: Health, Biosecurity, Immigration & Customs. In willekeurige volgorde, want vaak is het chaotisch en lijken ze de bezoeken niet op elkaar af te stemmen, waardoor het een hele dag kan duren. Ook op Tonga gaat het principe “klant is koning” niet op.

We moeten aan de hoge kademuur aanmeren, bijna boven op een wrak

Kingdom of Tonga
Een enorme meneer zit tegenover ons in de kuip. Ons klaptafeltje lijkt wel model Playmobil zoals hij daar zit met een paar nieuwe formulieren voor zich. Hij is van de Biosecurity en neemt ons afval in beslag, wanneer hij ervan verzekerd is dat we geen huisdieren aan boord hebben. Handig denk ik nog, totdat de rekening komt. Graag cash te betalen in TOP, Tongaanse dollars. Uhh, maar we zijn er net en we mochten niet van boord, dus hoe komen we dan aan cash… Onze Franse bootburen zijn vanochtend al ingeklaard en zijn zo vriendelijk om voor ons geld uit de muur te halen. Het is niet de enige rekening die we moeten betalen namelijk en net als op Samoa wordt vrijwel alles nog in cash betaald, wat eigenlijk wel een leuker betaalmiddel is.

Op Tonga eren ze o.a. het koninkrijk en de walvissen

Hoog bezoek
Weer een uur later komen de autoriteiten van Customs en Immigration aan boord en is het meeste papierwerk gedaan. Pas na vijven komt de meneer van Health en mag het gele Q-vlaggetje, dat al die tijd ongeduldig in de mast wapperde, naar beneden. Hij had onze boot blijkbaar over het hoofd gezien en was al bijna aan zijn weekend begonnen. Gelukkig rekende hij ons geen overuren, wat vrij uitzonderlijk is. Met de autoritaire schoenafdrukken nog aan dek vinden we een fijn plekje in de baai voor een welverdiende nachtrust.

We nemen een verfrissende duik en trakteren onze Franse bootburen op de verse tonijn die nu na drie dagen perfect is om als sashimi te eten. Met een wijntje erbij zien we de kleine gebouwen aan de waterkant. Een restaurantje wordt afgewisseld met een ruïne en dan volgt er weer een winkeltje, merendeel gerund door Chinezen. Na het feestmaal duiken we allemaal op tijd te kooi om de nodige slaap in te halen. “Oh nee” verzucht ik wanneer de decibel aan wal met de minuut wordt opgevoerd. Er blijkt dus ook een bar te zijn en laat het nu vrijdagavond zijn. Tot wel 2 uur ‘s nachts worden we getrakteerd op het foute uur van de jaren ‘90 tot heden. Uitgeput ontwaak ik terwijl de fruitmarkt al in volle gang is. Ik por Niels wakker. “Ik hoop niet dat je zo’n bar in gedachten had?”

Op de markt van Samoa kocht ik nog een waaier, zo heet dat het er was! ©emilehanna

Walvissen spotten
We verhuizen naar een meer afgelegen eiland, waar we ongestoord snorkelen, een vuurtje op het strand maken en walvissen spotten. Het seizoen is nog maar net begonnen. Met 5 mensen in onze bijboot gaan we op verkenning. Buiten het rif is de zee wel wat ruiger, maar als we daadwerkelijk walvisfonteinen zien, worden we zo enthousiast dat we het hozen voor lief nemen. Een paar keer pogen we om ernaar toe te zwemmen, maar deze walvissen zijn niet zoveel aan boten gewend als op Moorea. We varen nog een beetje rond met dolfijnen om ons heen. Voorzichtig laten we ons in het water zakken, maar ook de dolfijnen piepen er tussen uit. “Okay jongens, ik ga warme chocomelk maken, wie wil?” roep ik nadat we verkleumd en voldaan aan boord stappen.

Sinds 1,5 jaar dragen we weer lange kleding; het is nog steeds 25 graden maar zonder zon hebben we het echt koud!

“Ik zie een weergaatje om naar Fiji te gaan” begint Niels. “Maar dan moeten we morgen al uitklaren, zodat we in het weekend kunnen vertrekken”. Dat is wel heel snel, we hebben maar een fractie van Tonga gezien. Aan de andere kant vinden we de eilandengroep na een week al niet variërend genoeg om hier nog eens minstens twee weken te blijven. Want daar draait het anders op uit. Bovendien hadden we al eerder besloten dat we op de veelzijdige Fiji langer de tijd willen nemen om ook bootklussen te doen. We trekken het anker uit het witte zand vol zeesterren en stappen de papierwinkel weer binnen.

De koning te rijk
Tijdens een reflectie momentje op zee vragen we ons af waarom Tonga vooraf tot de top-3 behoorden. Wellicht representeerde het een algemene droombestemming, heel heel heel ver weg, waar je letterlijk alleen maar van kunt dromen. Dat de haast onbereikbaarheid ervan het juist zo aanlokkelijk maakt. Geef het een naam, neem een kompas, en je hebt een richting om op te koersen. Maar er zijn duizenden en duizenden Polynesische eilanden in de Stille Oceaan, waarvan we vooraf slechts een handvol bij naam konden noemen. Naast Tahiti en Tonga is dat onder andere Fiji, oftewel onze volgende bestemming. Hoe dan ook, aan boord van Black Moon zijn we altijd de koning te rijk.

Share: