“Maar ik bleef best kalm toch?” vraag ik naar de bekende weg. “Jazeker, alhoewel ik dat niet altijd kon zien…” Ik doe alsof mijn neus bloed. “Bijvoorbeeld toen je létterlijk achter mij aan het schuilen was”. Ik grinnik mijn zenuwen weg. En ja, ik moet eerlijk toegeven dat ik het best spannend vond om honderden haaien in één oogopslag te zien. Het wordt de “wall of sharks” genoemd. Maar ik vond het meer een file. Een soort van A2 met linksrijders, rechtsrijders, bumperklevers, inhalers, af en toe een oud vrouwtje die de rijstrook ophoudt, eentje die steeds op de rem trapt en een enkele spookrijder die de boel op stelten zet. “Spookvaren” hebben we zelf ook ervaring mee. Vanuit Moorea zijn we terug naar Fakarava gegaan, wat eigenlijk tegen de richting in is. Zoals we vaker zeiden “een geduldige zeiler heeft altijd goede wind”… 

Na zeven maanden zeggen we onze vrienden op Tahiti en Moorea gedag, we gaan terug naar de Tuamotus voor zo’n zes weken. Een oversteek van drie dagen met wind uit het westen, wat zelden voorkomt. Perfect windje in de rug en dus weinig kans op tegenliggers. Het is heerlijk om weer onderweg te zijn, om nachtwachtjes onder de sterrenhemel door te brengen, een hengel uit te werpen en lekker in je nakie een zoute douche te nemen. Black Moon is beter uitgerust dan toen we hier de vorige keer waren. We zijn terug met een herstelde stuurkwadrant, goede watermaker, stevigere bijboot en zelfs duiktanks!

We zijn vertrokken! Nog even handsturen en dan kan de gerepareerde autopilot het roer overnemen.

Haaien rond de boot
Twee dagen na aankomst is Niels jarig en de vers gevangen Bonito perfect om als sashimi te serveren. Ik fileer de tonijn, verwijder de huid en snijd het in dunne plakjes. De restantjes gooien we overboord. Een spektakel volgt: haaien! Nu hebben we al wel vaker tussen zwartpunt- en grijze rif haaien gezwommen en ze blijken echt niets te doen. Niet expres althans. Toch blijft het een dingetje. Je brein zegt “gevaar” en dat maakt het moeilijk om je hoofd koel te houden. “En wat nou als je ze gaat zien als hondjes?” oppert Niels. Hmm, interessant. We weten dat er op Moorea meer bijtincidenten door honden dan met haaien voorkomen. En voor honden ben ik niet bang, dus waarom dan wel voor haaien?

Bang voor haaien
Terwijl ik rond de boot snorkel zie ik een haaitje voorbij zwemmen. Ik bedoel een hondje. Een niet-aaibaar hondje voor de volledigheid. Hele gesprekken voer ik in gedachte met mezelf onder water. “Hé daar is ie weer. Oh dat was wat dichtbij vriend. Oké, dit gaat best goed. Help, is ie nu vlak achter me? Ahum, dat is je eigen vin Greetje. Ah, daar is ie!” Ik zwem een stukje met hem mee. Niels filmt het tafereel en ik raak een beetje overmoedig. Wanneer ik hem rechts in probeer te halen krijg ik een verkeersovertreding. De haai buigt plots links af, schrikt van de opgestelde cameraman, waardoor hij een u-turn maakt en recht op mij af sjeest. Ik schiet als een raket omhoog, naar de oppervlakte. Al snorkelend kan dat prima, maar tijdens het duiken is dit uit ten boze.

De Zuidpas van Fakarava: rechts vooraan start de “Wall of Sharks”, links vooraan is het duikcentrum, links achterin is de ankerbaai. Klik hier of op de foto voor het filmpje.

Duikplan
Op de ankerplek verzamelen we zoveel mogelijk informatie over dé duik der duiken. Het is namelijk niet zomaar een duik, het is een driftduik. En het is niet zomaar een driftduik. Het is een driftduik tussen honderden haaien. Gegarandeerd! Dit maakt de Zuid-pas van Fakarava immens populair. Onder een hele selecte groep uiteraard, want de Tuamotus ligt in het midden van de Stille Oceaan. De weinige toeristen die hier verblijven, komen dan ook speciaal voor deze ene duik. Er zijn hier meerdere duikcentra, maar we slepen niet voor niets al die spullen mee aan boord. Na wikken en wegen besluiten we zelfstandig te gaan, met z’n tweeën. We verzamelen dus informatie – en vooral moed – door met voorgangers te praten.

We maken een duikplan: tijdens laagwater varen we met onze eigen bijboot door de pas, richting open zee, daar gaan we overboord tot zo’n 20 meter. Met een lange lijn in de hand drijft de bijboot met ons mee richting het atol. Eenmaal binnen het atol buigen we rechtsaf en komen we vanzelf in een stroomversnelling terecht. Deze “rapid” stopt tot op zo’n 3 meter diepte naast het strand. Stapsgewijs gaan we dus van diep naar ondiep en maken we daarmee een zogeheten veilige duik. Tenminste, als je de haaien buiten beschouwing houdt.

Klik hier of op de foto voor het filmpje

Duiken met haaien
Als twee verkeerscontroleurs zitten we strategisch achter een rots opgesteld, met de camera in de aanslag, naar de file te kijken. Tijdens de eerste paar minuten lijkt er een opstopping gaande. Spitsuur. Daarna gaan de haaien niet langer met een boog om ons heen, maar blijven ze hun rijbaan volgen. Hoe dieper des te minder mooi het licht; in deze grauwige setting bedenk ik dat het spookjes zijn die zo heen en weer zweven. Weer even later komen ze steeds dichterbij, maar zo vanachter het koraal voel ik me best veilig en lijkt het eerder alsof ik naar een 3D film aan het kijken ben dan dat ik werkelijk midden in zit. Na een kwartiertje nemen we de afslag en laten we ons door de stroming over ondiepere koraallandschappen meevoeren. We zien de mooiste gekleurde visjes en zelfs een enorme manta rog. “Wauw, wauw, wauw” roepen we zodra we weer boven water zijn. “Morgen weer?!”

Spookschip
“Onze re-match is nu al geslaagd hè?” evalueren we met een biertje op dek en de duikpakken druipend aan de reling. Rondom ons roffelen de compressoren. Het zorgt niet voor geluidsoverlast, eerder een saamhorigheidsgevoel. We zijn hier allemaal voor hetzelfde doel: duiken. Het seizoen hier is nog maar net van start. De nieuwe lichting zeilboten zijn nu onderweg naar Frans-Polynesië of pas gearriveerd. Op eentje na dan. Ik schrijf een nieuwsartikel voor Zeilen over een zeilschip die in botsing met een walvis kwam en zonk. Gelukkig waren er zeilboten om hen heen die te hulp schoot.

En zo gaat dat ook op een ankerplek. Bij de ene buurboot mogen we onze duiktanks vullen, van de ander krijgen we een moot vers gevangen vis, weer anderen brengen extra benzine en boodschapjes voor ons mee uit het enige dorp zo’n 30 mijl verder op. Bewoners op de Tuamotus zijn vrijwel volledig afhankelijk van het bevoorradingsschip uit Tahiti, er groeit hier bijna niets op het koraal. Wanneer er weer een lading verse groente, fruit en spullen arriveren is steeds een verrassing – de Taporo wordt daarom het spookschip genoemd.

Haaientanden
Bij de vierde duik lijkt het wel alsof we verklikt zijn, dat er op het filebericht “Shark FM” is getipt dat er op snelheid gecontroleerd wordt. Dit keer waren we iets vroeger dan anders, zodat we minder hard met de stroming meegevoerd zouden worden en daarmee een langere bodemtijd konden maken. Zo’n 20 minuten hangen we vlak naast elkaar aan een rots, maar het is niet dezelfde beschutte plek als eerder. We zijn iets meer blootgesteld. En boven ons varen boten, waardoor de haaien onrustiger worden. Een enorm exemplaar van zeker twee meter lang voegt uit de file en passeert eerst Niels traagjes, dan vervolgt hij zijn koers richting mij. In slow-motion komt hij op me af. Secondes lijken minuten. Ik probeer niet te bewegen en houd mijn adem in.

“Niet panikeren” spreek ik mezelf toe. “Rustig in, rustig uit ademen”. Op nog geen armlengte afstand sta ik nu oog in oog met de uhh spook..? Of uhh nee, hondje probeer ik nog.. De truc werkt ineens niet meer. Ik zie het nu heel duidelijk: het is écht een HAAI! Ik begrijp de term “haaientanden” nu beter, je moet kosten wat kost voorrang verlenen. Toch, zodra hij in mijn dode hoek verdwijnt, doe ik iets stoms. Ik neem de vluchtstrook. Gemakshalve negeer ik de haaientanden vlak achter me. Ik zet mezelf af en vlieg een paar meter richting Niels. En ja, de resterende vijf minuten heb ik me achter hem gescholen. Verankerd aan zijn stalen tank, verzekerd van zijn stalen zenuwen.

Morgen gaan we weer!

Share: